Draadgoten voor professionele kabeltrajecten
Wat is een draadgoot en wanneer pas je deze toe?
Wat is een draadgoot en wanneer kies je ervoor? Wat is een draadgoot en wanneer kies je ervoor? Draadgoot is een veelgebruikt open kabelgootsysteem, maar niet in ieder kabeltraject automatisch de beste keuze. Sta je voor een ontwerp- of inkoopkeuze en hoor je collega’s of leveranciers over draadgoot? Dan wil je weten: is een draadgoot hier wel de juiste oplossing, of moet ik toch een gesloten kabelgoot of kabelladder toepassen? In dit artikel lees je wat een draadgoot precies is, wanneer draadgoot in de praktijk een slimme keuze is (en wanneer niet), en welke praktische vuistregels je kunt gebruiken bij dimensionering en montage – onder andere op platte daken bij PV-installaties. De tekst is geschreven voor elektrotechnische installateurs, werkvoorbereiders en technische inkopers die professioneel met kabeldraagsystemen werken. Wat is een draadgoot? Korte definitie en basisopbouw Een draadgoot is een open kabelgoot van staaldraad. De stalen draden vormen samen een soort “bakje” waarin je de kabels legt; de zijkant en onderkant zijn grotendeels open. De basisfunctie is hetzelfde als bij iedere kabelgoot: kabels veilig en overzichtelijk dragen. Het grote verschil zit in de open constructie. Daardoor ontstaat rondom de kabels veel ventilatie, water kan weg en stof en vuil blijven minder snel liggen. Praktijkexpert Rien Kortenhoff vat het zo samen: “Een draadgoot is een open goot van staaldraad. Je krijgt als het ware allemaal open bakjes. Doordat de goot zo open is, kan stof er makkelijker doorheen vallen en is hij goed schoon te houden.” Draadgoot als type kabelgoot Een draadgoot is één van de drie veelgebruikte typen kabeldraagsystemen: Draadgoot – open, licht, snel te monteren, veel ventilatie. Gesloten kabelgoot – dichte metalen of RVS kabelgoot, vaak fraaier in zichtwerk en in veel breedtes leverbaar. Kabelladder (ladderbaan) – twee stijlen met dwarsliggende sporten, zeer robuust voor zware, stugge kabels. Draadgoot is daarmee een volwaardig kabelgootsysteem, maar met een duidelijk ander karakter: open, licht en sterk gericht op ventilatie, afwatering en reinigbaarheid. Wanneer is een draadgoot een slimme keuze? Optimale ventilatie en minder warmteontwikkeling Waar veel kabels dicht bij elkaar in een gesloten kabelgoot liggen, kan warmte zich ophopen. Zeker bij hogere belastingen en langere trajecten wil je voorkomen dat kabels te warm worden. Een open draadgoot helpt hierbij doordat de kabels rondom kunnen afkoelen. Rien Kortenhoff legt uit: “Als veel kabels in een gesloten systeem bij elkaar liggen, krijg je warmteontwikkeling. Kies je dan een open draadgoot, en zorg je dat die niet te vol ligt of dat je bij veel kabels een bredere goot neemt, dan ontstaat rondom goede ventilatie en blijven de kabels beter gekoeld.” Vooral in de onderste lagen van een gebouw, dicht bij de meterkast, waar de kabelmassa het grootst is, kan een draadgoot bewust worden gekozen omwille van koeling en brandveiligheid. Let daarbij wel op de vulgraad (zie verderop): een te volle draadgoot koelt ook minder goed. Snel, licht en flexibel te monteren Draadgoten zijn licht van gewicht en relatief eenvoudig te verwerken. Dat merk je vooral bij renovatieprojecten, kleinere industriële kabeltrajecten of trajecten met veel aftakkingen: De goten zijn makkelijk te dragen en naar boven te krijgen. T-splitsingen of aftakkingen kun je in de praktijk vaak realiseren door enkele draden weg te knippen en de nieuwe goot passend te maken (met ontbramen en passende hulpstukken). Het systeem laat zich goed aanpassen als er tijdens de uitvoering nog wijzigingen in het kabelplan komen. Kostenvoordeel bij lichte tot middelzware trajecten Voor lichte tot middelzware kabeltrajecten is een draadgoot vaak een kostenefficiënte oplossing. De materiaalkosten liggen in de praktijk meestal lager dan bij een vergelijkbare gesloten kabelgoot of kabelladder, terwijl je toch een professioneel open kabelgoot-systeem toepast. Juist in installaties waar de kabelbelasting niet extreem hoog is, maar waar je wel snel en flexibel wilt kunnen werken, is draadgoot daarom een logische kandidaat. Buiten en PV: kabels boven water en UV-bestendig Op platte daken en in PV-installaties is draadgoot inmiddels een veelgebruikt kabeldraagsysteem. De open kabelgoot van draadstaal ligt daarbij op kunststof of met kunststof omhulde betonvoeten zodat kabels niet in plassen water komen te liggen. In de praktijk ligt de draadgoot met zo’n voetje ongeveer 7 cm boven het dakbeschot. Volgens de praktijkervaring van Kabelgoten Pro zijn de toegepaste draadgoten en PV-bekabeling geschikt voor buitengebruik en bestand tegen UV-straling. Eventuele deksels op de draadgoot op het dak zijn dan vooral een esthetische keuze, niet per se een technische noodzaak. Voor de steunpunten op een plat dak hanteert Rien een duidelijke vuistregel: “Wij zeggen vaak: twee voeten per drie meter goot. En bij brede draadgoten pak je voor elke meter een voet, zodat alles stevig blijft liggen.” Dit is praktijkadvies, geen officiële norm, maar het helpt om een stabiel traject te ontwerpen. Hygiënische en vervuilende omgevingen In stallen, varkensschuren, wasstraten en parkeergarages heb je te maken met veel stof, vuil en soms water. Een gesloten kabelgoot kan dan relatief snel vollopen met vuil en is lastiger schoon te maken. Draadgoot is hier vaak praktischer: stof en vuil kunnen grotendeels door de open bodem heen vallen; de goot is goed toegankelijk en kan eenvoudig worden schoongespoten; door de open structuur blijft vervuiling minder lang in de goot liggen. In sterk hygiënische omgevingen waar ook corrosiebestendigheid en reinigbaarheid cruciaal zijn, wordt soms gekozen voor een RVS kabelgoot (roestvast staal), maar ook daar kan een passende draadgoot een goede oplossing zijn – afhankelijk van de eisen aan belasting, hygiëne en chemische bestendigheid. Wanneer kies je beter géén draadgoot? Als esthetiek en zichtwerk belangrijk zijn Een draadgoot is open, waardoor alle kabels zichtbaar blijven. In technische ruimtes is dat geen probleem en zelfs praktisch. In representatieve omgevingen – kantoren, scholen, zorginstellingen, retail – wordt vaak een rustiger beeld gevraagd. Dan ligt een gesloten kabelgoot of een andere industriële kabelgoot van metaal of RVS meer voor de hand. Rien nuanceert daarbij dat veiligheid en techniek altijd leidend moeten zijn: een esthetisch mooie dichte goot die te vol ligt en warmte vasthoudt, is minder wenselijk dan een minder fraai maar veilig en goed gekoeld kabeltraject. Bij zware kabels en hoge mechanische belasting Draadgoot is minder robuust dan een kabelladder. Gaat het om dikke voedingskabels, zware bundels of lange overspanningen met hoge belasting, dan wordt in de praktijk vrijwel altijd een ladderbaan toegepast. De sporten en stijlen van een kabelladder zijn hiervoor ontworpen; draadgoot is primair bedoeld voor lichte tot middelzware belasting. In grote utiliteitsprojecten met enorme kabelvolumes In grote utiliteitsprojecten met zeer veel bekabeling (kantoren, ziekenhuizen, scholen) zie je dat de hoofdroutes meestal worden uitgevoerd in kabelladders en brede gesloten kabelgoten. Draadgoot kan daar zeker een rol spelen in lichtere delen van de installatie of in technische nevenruimtes, maar is niet het “werkpaard” voor alle zware trajecten. Draadgoot, gesloten kabelgoot of kabelladder? Ventilatie en warmteafvoer Draadgoot: zeer goed (360° rondom). Gesloten kabelgoot: beperkt, houdt warmte eerder vast. Kabelladder: goed, veel open ruimte tussen sporten. Belasting en sterkte Draadgoot: lichte tot middelzware trajecten. Gesloten kabelgoot: middelzware tot zware volumes (afhankelijk van type en ophanging). Kabelladder: geschikt voor zware, stugge kabels en hoge mechanische belasting. Esthetiek in zichtwerk Draadgoot: technisch duidelijk, maar minder strak in representatieve ruimten. Gesloten kabelgoot: oogt rustiger, vaak in diverse kleuren leverbaar. Kabelladder: technisch-industrieel beeld, meestal niet voor hoogwaardig zichtwerk bedoeld. Typische toepassingen Draadgoot: stallen, parkeergarages, PV-installaties op platte daken, kleinere industriële kabeltrajecten. Gesloten kabelgoot: utiliteitsbouw, kantoren, zorg, onderwijs, zichtwerk in gangen en plafonds. Kabelladder: hoofdtrajecten vanaf meterkast, zware voedingskabels, parkeergarages, industrie. Praktische aandachtspunten als je voor draadgoot kiest Dimensionering en vulgraad Een veelgemaakte fout is de draadgoot net groot genoeg te kiezen omdat de kabels “op papier” nog passen. In de praktijk wordt zo’n goot dan te vol en blijft er geen ruimte over voor warmteafvoer en uitbreiding. Als praktijkvuistregel (geen officiële norm) wordt vaak gewerkt met de volgende vulgraden voor kabelgoten en draadgoten: ongeveer 60% vulgraad bij zware belasting of bij kantoorpanden met wisselende huurders; tot circa 75% vulgraad in lichtere situaties. Reken in het ontwerp altijd met groeiruimte: bij oplevering zou de goot niet al op de maximale vulgraad moeten zitten. Houd daarbij rekening met de eisen uit geldende normen, zoals NEN 1010 en NPR 5310, en gebruik zo nodig ontwerpsoftware om kabelvolumes en gootmaten te onderbouwen. Trajectkeuze in het gebouw In de onderste trajecten van een gebouw, dicht bij de hoofdverdeelinrichting, komt de meeste bekabeling samen. Daar spelen kabelvolume, gewicht en warmteontwikkeling het sterkst. In zulke zones is het extra belangrijk om goed naar gootbreedte en -type te kijken en, waar passend, de voordelen van een goed gekoelde draadgoot mee te nemen in de afweging. Hoger in het gebouw neemt de kabelmassa meestal af en verschuift de balans vaker richting esthetiek (gesloten kabelgoot) of lichtere systemen. Veelgemaakte fouten uit de praktijk Te kleine draadgoot kiezen – De goot is bij oplevering al (bijna) vol, waardoor warmte slecht weg kan en er geen ruimte is voor extra kabels. Overvolle goten en schuivende scheidingsschotten – Extra kabels worden “er even bij gelegd”, kabels steken boven de goot uit en scheidingsschotten tussen data en voeding worden verplaatst, met storingsrisico’s tot gevolg. Snijranden niet nabehandelen – Bij draadgoten van zinkaluminium of zinkmagnesium moeten geslepen randen in de praktijk worden nabehandeld met zinkspray om roestvorming te beperken. Extra tips voor draadgoten op PV-daken Voor draadgoten op platte daken gelden een paar praktische aandachtspunten: Met standaard kunststof of met kunststof omhulde betonvoeten ligt de draadgoot ongeveer 7 cm boven het dakbeschot, zodat kabels niet in water blijven liggen. Als vuistregel kun je uitgaan van twee voeten per 3 meter goot; bij brede draadgoten ongeveer één voet per meter voor voldoende stabiliteit. Moderne “betonvoeten” zijn vaak zwarte kunststof-omhulde voeten met een RVS M10-moer; de draadgoot bevestig je met een beugeltje dat om de draden valt en op de voet wordt vastgeschroefd. Dit zijn praktijkregels uit de ervaring van Kabelgoten Pro, bedoeld als ontwerphulp. Controleer bij ieder project of deze aansluiten bij de belastingsclassificatie van de gebruikte producten en de projectspecifieke eisen. Checklist: is draadgoot geschikt voor jouw project? Snel toetsen met 5 vragen Beantwoord voor je volgende kabeltraject de volgende vragen: Liggen (of komen) er veel kabels dicht naast elkaar, waardoor warmteontwikkeling in een gesloten kabelgoot een aandachtspunt is? Werk je in een vervuilende, natte of regelmatig te reinigen omgeving, zoals een stal, parkeergarage of wasstraat? Is esthetiek in het zichtwerk minder belangrijk dan functionaliteit en veiligheid? Gaat het voornamelijk om lichte tot middelzware kabeltrajecten, zonder extreem zware kabels of grote overspanningen? Ligt een deel van het traject op een plat dak, bijvoorbeeld bij een PV-installatie, waar kabels boven water en goed geventileerd moeten blijven? Beantwoord je meerdere vragen met “ja”? Dan is draadgoot zeer waarschijnlijk een serieuze optie voor jouw project. In andere situaties kom je al snel uit bij een combinatie van draadgoten, gesloten kabelgoten en kabelladders. Twijfel je nog? Laat je adviseren Een goed ontworpen kabeltraject vraagt om een zorgvuldige afweging tussen belasting, ventilatie, esthetiek en kosten. Volgens Rien Kortenhoff hoort daar professionele aanleg bij: een draadgoot is onderdeel van een compleet kabeldraagsysteem en wordt in de praktijk het beste door een vakbekwame installateur toegepast. Wil je sparren over de vraag of draadgoot in jouw project de beste keuze is, of welke combinatie van kabelgoten het meest logisch is? Neem dan contact op met Kabelgoten Pro voor persoonlijk advies via de contactpagina. Meer over onze aanpak en specialisatie in kabeldraagsystemen lees je op de pagina Over Kabelgoten Pro.
Lees meer
